Blog

Blog: Samenspel, dat willen wij wel! (deel 3)

Maaike Maijenburg Jonge kind Specialist gastblogger www.derijkeleeromgeving.nlDoor Maaike Maijenburg. Al ruim dertien jaar in het onderwijs, waarvan de laatste acht jaar in groep 1-2. De afgelopen twee jaar heb ik de opleiding Master EN gevolgd en positief afgerond, zodat ik nu officieel Jonge Kind specialist ben. Voor derijkeleeromgeving.nl zal ik schrijven over de dingen die ik meemaak als kleuterleerkracht. Vanwege privacy redenen zijn de namen gefingeerd, ze berusten desalniettemin op authentieke personen.

Samenspel, dat willen wij wel! (deel 3)

“Goedemorgen, wat kost deze zak hondenvoer?” vraag ik aan Nadir. Samen met Dilara weegt hij de zak en vergelijkt het met de andere zakjes die in de winkel staan. Volgens de door de kinderen zelf gemaakte prijslijst die in de dierenwinkel hangt, kost een grote zak drie euro. “Drie euro alstublieft”, zegt Nadir. “Ik heb alleen een briefje van vijf euro”, zeg ik. Volgens Nadir is dat geen probleem en ik krijg keurig twee euro terug. “Tot ziens!”, zegt hij.

De rol van de leerkracht leidt regelmatig tot discussies. Aan de ene kant staat het argument dat spel een activiteit is van de kinderen zelf, waarbij bemoeienis van een volwassene het spel zou verstoren (Goorhuis-Brouwer, 2012). Daar tegenover staat dat er een gevaar schuilt in het geven van te veel keuze in het spelen, zonder leerkrachtbegeleiding. Zonder begeleiding zullen jonge kinderen impulsief handelen en geen aandacht besteden aan hun positieve of negatieve gedragingen. Dit kan leiden tot een vicieuze cirkel van repetitief onbewust gedrag (Yang, 2000). Zoals ik in mijn vorige twee blogs schreef, merkte ik regelmatig ongewenst gedrag op tijdens het spelen. Brouwers (2015) geeft aan dat spel op een hoger niveau kan komen als leerkrachten zich er wel mee bemoeien. In mijn onderwijs probeer ik hier nu de balans in  te vinden. In mijn weekplanning plan ik heel bewust spelbegeleiding in, maar houd ook ruimte vrij voor het vrije spel.

“Oh, ik vergeet bijna kattenvoer te kopen!”, roep ik. “Hoeveel blikjes wilt u hebben, mevrouw?”, vraag Dilara. Ik speel mee met een groepje kinderen in de themahoek: de dierenwinkel.

IMG-20180312-WA0085

In de achtergrondnotitie van de Onderwijsraad (2015) staat dat spelen, met name goed begeleid fantasiespel, voorop zou moeten staan in het onderwijsaanbod. Het aanbod dient aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase van het jonge kind en gericht te zijn op spelend leren. Er zijn drie soorten begeleid spel, die zich onderscheiden door intensiteit, technieken en de activiteit van de begeleider. De minst intensieve vorm is voorbereid spel. Het kind speelt zelfstandig met het aangeboden materiaal, kan er zelf betekenis aan verlenen en is om die reden gemotiveerd om te gaan spelen. Bij het aansluitende spel sluit de leerkracht aan bij het spel als toeschouwer of speler. De leerkracht voert begeleidingstechnieken uit als naast de leerling spelen, verwoorden, stimuleren, afremmen en pedagogische boodschappen geven. Het begeleide spel is de meest adequate vorm van begeleiding bij leerlingen met ontwikkelingsachterstanden, gedragsproblemen of beperkte cognitieve mogelijkheden. De begeleidingstechnieken zijn hetzelfde als bij het aansluitende spel, behalve dat naast de leerling spelen niet voorkomt (Ameling, Cordang & Damen, 2005).

“Wat een kind vandaag met hulp kan, kan het morgen zelf”

Lev Vygotsky (1896-1934)

 

Om leerkrachten het spel naar een hoger niveau te laten begeleiden hebben Bodrova en Leong (2007) een aanpak ontwikkeld om de meest belangrijke elementen van spel te beoordelen: de PRoPELS. Dit acroniem staat voor planmatig handelen (Plan), rolverdeling (Roles), benodigde materialen (Props), speelduur (Extended time frame), taalgebruik (Language) en spelverhaal (Scenario). Deze elementen zijn verwerkt in een vijfstappenschema voor rollenspel met leerkrachtstrategieën (Leong & Bodrova, 2012). Deze strategieën geven mij, maar ook de kinderen houvast. Bij de strategie plannen vraagt ik aan de kinderen wat ze willen doen en wie ze willen zijn. Ik moedig ze aan hun keuze te bespreken met hun klasgenoten. Later stel ik vragen over specifieke details van hun plan. De strategie bij rolverdeling is praten met de kinderen over de kennis van de rollen en relaties door het te hebben over gedrag, oorzaak en gevolg. Regels uit het echte leven na spelen helpt kinderen deze in de praktijk toe te passen. Veel jonge kinderen spelen meestal met realistisch speelgoed en hebben weinig ervaring met verbeeldend materiaal. De strategie bij het gebruik van materialen is dat de leerkracht, door het modellen, denkbeeldige materialen geleidelijk uitbreidt naar andere toepassingen. Door het toevoegen van rollen of verhalen kunnen leerkrachten nieuwe woorden introduceren en wordt nieuw taalgebruik gestimuleerd. Spelthema’s ontwikkelen zich over meerdere dagen en weken. Leerkrachten kunnen kinderen tenslotte helpen het spelverhaal uit te breiden door het stellen van open vragen of door mee te spelen.

Spelbegeleiding kan als interventie ingezet worden bij leerlingen met algemene en specifieke onderwijsbehoeften. Het is heel belangrijk hen niet alleen te laten spelen, maar ze ook te leren spelen (Brouwers, 2015).  Ik vind het een uitdaging om bij het ontwerpen van effectieve interventies rekening te houden met het variërend karakter van de individuele benadering. Het is belangrijk de interventie aan te passen aan de individuele karaktereigenschappen van het kind of situatie. Een professional die handelingsgericht is, zoekt naar de sterke kanten van het kind, de ouders, de leerkracht, de groep en de school. Wanneer de leerkracht zijn handelen bewust afstemt op de onderwijsbehoeften van de leerlingen, hebben zij meer kansen om zich te ontwikkelen (Hattie, 2013).

“Meneer, heeft u ook nog een zakje brokjes voor uw kat nodig?”, hoor ik Dilara aan Achmed vragen. Achmed speelt in de huishoek, maar maakt een uitstapje naar de dierenwinkel om een huisdier te kopen. Hij vraagt aan haar hoeveel dat kost en kijkt in zijn portemonnee. “Het is het laatste kleine zakje”, zegt ze. Ze bestudeert de prijslijst even. “Een klein zakje kost drie euro”, vervolgt Dilara. Wanneer het laatste zakje met voer is verkocht, vullen Dilara en Nadir weer nieuwe zakjes met brokjes (houten blokjes) om de voorraad aan te vullen.

Door de kinderen ondersteuning te bieden bij het leren van spelvaardigheden verbetert de spelkwaliteit. Van Roest (2011) geeft aan dat, na een periode van spelbegeleiding, de leerling zelf in staat zal zijn zichzelf verder te ontplooien in spel. Ik merk dat door deze aanpak de kinderen in mijn klas veel beter samenspelen en dat er minder sprake is van ongewenst gedrag. Want samenspel, dat willen zij wel!

 

Bronnen

Benieuwd naar een volgende blog?

Klik op de volgknop aan de rechterkant op de pagina en blijf op de hoogte.

Maaike

Blog: Samenspel, dat willen wij wel! (deel 2)

Blog: Samenspel, dat willen wij wel! (deel 1)

Blog: Chaos in de orde

Blog : Visie op het jonge kind; Kansen zien en keuzes maken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s