Blog

Blog

 

Maaike Maijenburg Jonge kind Specialist gastblogger www.derijkeleeromgeving.nl

Door Maaike Maijenburg. Al ruim dertien jaar in het onderwijs, waarvan de laatste acht jaar in groep 1-2. De afgelopen twee jaar heb ik de opleiding Master EN gevolgd en positief afgerond, zodat ik nu officieel Jonge Kind specialist ben. Voor derijkeleeromgeving.nl zal ik schrijven over de dingen die ik meemaak als kleuterleerkracht. Vanwege privacy redenen zijn de namen gefingeerd, ze berusten desalniettemin op authentieke personen.

 

Samenspel, dat willen wij wel! (deel 2)

“Wij maken de hokken”, zeggen Ayse en Samya. Een groepje jongens zijn alle meegebrachte knuffeldieren aan het sorteren en een paar anderen zijn voer aan het afwegen en in zakjes aan het doen. In de schrijfhoek worden uiterst geconcentreerd naamkaartjes voor de dieren geschreven en getekend. Het thema ‘Dieren’ is gestart en de kinderen uit mijn klas zijn volop bezig met het ontwerpen en inrichten van de dierenwinkel. Er heerst een prettige sfeer in de groep. Ondertussen moedig ik aan, stel ik vragen en luister. Ik vind het belangrijk om de kinderen intensief te betrekken bij het inrichten en ontwerpen van de leeromgeving. Door de kinderen te laten meehelpen en meedenken wordt tegemoet gekomen aan hun behoefte aan competentie en autonomie. Relatie, competentie en autonomie zijn de drie basisbehoeften van elk kind om zich optimaal te kunnen ontwikkelen (Deci & Ryan, 2000).

My Post

Mijn vorige blog eindigde met het plan om kinderen ondersteuning te bieden bij het leren van spelvaardigheden om de spelkwaliteit verbeteren zodat gewenst gedrag tijdens spel zal toenemen. Om spelontwikkeling een kans te geven moet een leerkracht voldoen aan een aantal voorwaarden (Boland, 2015; Brouwers, 2015; Van Roest, 2011). De belangrijkste voorwaarde om tot spelen te komen is het gevoel van veiligheid. Daarnaast moet de leerkracht voldoende speeltijd en speelruimte bieden met uitdagend materiaal. Verder hebben kinderen ruimte nodig om zelf activiteiten te kiezen en initiatieven te nemen. In mijn eigen onderwijspraktijk is de dag al snel volgepland met allerlei activiteiten uit de totaalmethode waardoor de hierboven genoemde voorwaarden niet haalbaar lijken of vergeten worden. Het is niet makkelijk om af te stappen van het ‘gewone pad.’ Omdat ik overtuigd ben van het belang van spel durf ik tegenwoordig veel meer vaste routines los te laten. Ik zoek elke dag naar de juiste balans tussen mijn eigen ideeën en de gestelde kaders van de school.  Een wens is om anderen hiervan ook te overtuigen, maar dat ervaar ik nog niet als gemakkelijk.

“Juf, mogen we ook een pinapparaat maken? In een dierenwinkel kun je ook pinnen!” Ik juich dit initiatief van de kinderen toe. In gedachten zie ik allerlei activiteiten rondom het pinapparaat.  Door deze toevoeging kunnen zij hun spel verdiepen, zie ik kansen voor de taal- en rekenontwikkeling en daarnaast wordt de motorische ontwikkeling door het knutselen ook nog getraind. Bovendien bevordert dit idee het onderlinge contact met de andere kinderen door het samenwerken. Ik word zelf ook helemaal enthousiast van het idee van de kinderen. Wat heb ik toch een mooi beroep!

In gedrag en als voorbereiding op spelbegeleiding dient de leerkracht de drie basisbehoeften van het kind  als uitgangspunt te nemen (Van Roest, 2011). Een leerkracht moet zich betrokken voelen bij de leerlingen om aan de behoefte tot relatie tegemoet te komen. Wanneer de relatie tussen de leerkracht en de leerling goed is, is er sprake van vertrouwen en warmte waardoor zij zich veilig en beschermd voelen. Van daaruit durven kinderen hun wereld te verkennen en relaties met anderen aan te gaan (Brouwers, 2015). Om een kind zich competent te laten voelen zal hij op zijn niveau uitdaging en vertrouwen nodig hebben (Deci & Ryan, 2000). Een autonoom persoon heeft het gevoel zelf sturing aan het leven te geven. Een kind moet de gelegenheid krijgen om eigen plannen en ideeën vorm te geven, want iedereen wil het gevoel hebben iets te kunnen (Brouwers, 2015). De leerkracht heeft hierbij een belangrijke rol.

Geef de leerlingen wat te doen, niet iets te leren; en het doen is van dien aard dat het denken vergt; dan volgt het leren vanzelf.

John Dewey (1859-1952)

 

Ik heb ervaren dat deze manier van werken ervoor zorgt dat de kinderen veel meer betrokken zijn dan wanneer ik alle materialen kant en klaar voor ze klaarzet, zoals ik voorheen deed. Betrokkenheid wijst op een goede aansluiting van de opdracht bij de onderwijsbehoeften en het inspelen op de zone van naaste ontwikkeling (Janssen-Vos, 2008). Betrokkenheid is een voorwaarde voor ontwikkeling (Van den Bosch, Waas & Weterings, 2013). Een verstoring kan veroorzaakt worden door externaliserend probleemgedrag. Het is de taak van de leerkracht om hier op in te spelen (Van der Aalsvoort, 2011).

“Juf, gaan we nu al naar huis? Ik wil nog doorgaan!”. Nadat ik plechtig heb beloofd dat we morgen verder gaan, worden de materialen zuchtend opgeruimd. Deze opmerking bewijst voor mij de optimale betrokkenheid en welbevinden. Ook ik heb weer zin in morgen!

Een volgende stap die ik neem is de kinderen gericht spelbegeleiding te geven in hun eigen rijk ingerichte omgeving. In mijn volgende blog zal ik hierover schrijven.

Bronnen

Benieuwd naar een volgende blog?

Klik op de volgknop aan de rechterkant op de pagina en blijf op de hoogte.

Maaike

Blog: Samenspel, dat willen wij wel! (deel 1)

Blog: Chaos in de orde

Blog : Visie op het jonge kind; Kansen zien en keuzes maken

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s